|
14 november 2011
Het Uplace-dossier bewijst nog maar eens dat er dringend interregionaal overleg moet komen rond (nieuwe) commerciële inplantingen. Binnen een straal van zes kilometer zouden er immers drie nieuwe winkelcentra komen – en dat is te geconcentreerd. De 165.000 vierkante meter winkelruimte is nodig, maar zou beter over de drie gewesten gespreid worden.
Comeos, de federatie van de handel en diensten in België, heeft zich uit het Uplace-debat afzijdig gehouden. “We willen ons ook niet uitspreken voor of tegen initiatieven van privé-ontwikkelaars”, zegt Dominique Michel, Gedelegeerd bestuurder van Comeos. “We pleiten er bij de verschillende overheden wel voor om privé-initiatieven alle ruimte te geven – in de breedste betekenis van het woord. Want de handel moet kunnen uitbreiden, vernieuwen, veranderen. De dynamiek die onze sector kenmerkt, moet behouden blijven. De werkgelegenheid – 400.000 mensen vinden een baan bij ons – moet alle kansen krijgen. We verwelkomen dus nieuwe initiatieven – meer nog: we vinden dat er méér moeten zijn.”
Het probleem is dat Uplace, met zijn plannen om in Machelen een beleveniscomplex neer te planten, niet alleen is. “Binnen een straal van zes kilometer, vind je in het Brusselse drie soortgelijke initiatieven”, zegt Dominique Michel. “Op de Heizelvlakte zou Neo komen, met 70.000 vierkante meter winkeloppervlakte. Aan de Van Praet-brug is er dan ‘Just under the sky’, met 40.000 m² nieuwe winkels. En Uplace in Machelen rekent op 55.000 vierkante meter commerciële ruimte. Samen zou er dus in het Brusselse 165.000 vierkante meter commerciële ruimte bij komen. En daarvoor is, volgens ons, geen economisch draagvlak. Ter vergelijking: in de Nieuwstraat in Brussel, het historische winkelcentrum van de regio, is momenteel 96.000 m² beschikbaar. ”
Realistisch, geen doemdenken
“We geloven dat er oplossingen zijn om de vooropgestelde problemen het hoofd te bieden”, zegt Dominique Michel. “Maar er is duidelijk géén overleg tussen Vlaanderen en Brussel: het lijkt me dat de politieke overheden er een race van maken. Wie de eerste klaar is met zijn project, wint. We pleiten ervoor dat de gewesten samenzitten, samen overleggen hoe ze de centra inplanten en hoe ze samen de gevolgen ervan zullen aanpakken. Want de klanten stoppen niet aan gewestgrenzen.”
Dat overleg moet trouwens verder gaan dan de drie projecten die nu op tafel liggen. “Dit dossier mag niet misbruikt worden om alle initiatieven in de kiem te smoren”, zegt Dominique Michel. “We hebben nood aan meer oppervlakte, meer mogelijkheden tot uitbreiding, vernieuwing of zelfs het opzetten van nieuwe commerciële centra, binnen en buiten de stadskernen. We willen alleen vermijden dat al die inspanningen te zeer worden geconcentreerd binnen één gebied.”
Contact : Peter Vandenberghe
|