Toegang leden
email :
password :  
Remember me ?
Paswoord vergeten ?
Login aanvragen
 
Pers- Persbericht- Archieven 2004- Financiering BSE-testen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  Financiering BSE-testen  
 

 

Fedis verwerpt voorakkoord tussen federale regering en landbouworganisaties !

Wanneer runderen ouder dan 30 maanden geslacht worden, moeten zij verplicht getest worden op BSE. Sinds januari 2002 worden die testen niet meer betaald door de Belgische overheid. Die blijft wel de hele zaak voorfinancieren, tot er een oplossing komt voor de factuur van het verleden, intussen al goed voor 60 miljoen euro, en voor de toekomstige kosten. De landbouworganisaties en de federale regering hebben zopas, zonder enig overleg met de andere sectoren, een voorakkoord gesloten. Voor Fedis is de manier waarop dit akkoord tot stand kwam, net als de voorgestelde financiering, totaal onaanvaardbaar.

Eind 2001 besloot de regering om de opsporingstests voor BSE niet meer te financieren. Sindsdien zaait de financieringskwestie verdeeldheid tussen veehouders, industriëlen, distributeurs en politici. Op 19 december 2003 had de Ministerraad nochtans een 'definitieve' oplossing goedgekeurd voor dit probleem. Maar na nieuwe manifestaties van de landbouwers, zijn de premier en de minister van Volksgezondheid vorige donderdag gezwicht voor het straatprotest en hebben ze een voorakkoord gesloten met de landbouworganisaties, zonder de andere sectoren uit de voedselketen daarvan op de hoogte te brengen.

Noch de manier waarop dit gebeurde, noch de uiteindelijke oplossing, vinden genade in de ogen van Fedis, de Belgische federatie van de distributieondernemingen, de organisatie die groot- en detailhandel in voedings- en niet-voedingsproducten vertegenwoordigt.

Een reeks technische maatregelen — waar Fedis al lang om vraagt — haalt de totale factuur wel naar beneden. In de toekomst wordt de kostprijs van de testen bijna gehalveerd. De producent zal voor 10,7 euro tussenkomen in de prijs van de test (vastgesteld op 44 euro). Het resterende bedrag, daarbij inbegrepen een groot deel van de schuld uit het verleden, komt ten laste van alle schakels van de voedselketen. Die zullen aan het FAVV een bijzondere bijdrage moeten betalen van jaarlijks bijna 15 miljoen euro. Een enorm bedrag, zeker omdat het nog eens opgeteld moet worden bij het budget van 31 miljoen euro dat het Agentschap nodig zal hebben voor de zogenaamde 'controle op de autocontrole' van de hele voedselketen. Het Agentschap en de sectoren onderhandelen nog over de financiering daarvan.

Met dit voorakkoord schept de Regering een gevaarlijk precedent. Uiteindelijk worden niet alle, maar slechts de helft van de runderen getest die in België geslacht worden. De kostprijs van deze operatie zal gefinancierd worden door de volledige voedingssector en opgaan in de algemene kosten van alle ondernemingen, ook zij die niet tot de vleessector behoren. Producenten van mineraalwater, industriële bakkers, vishandelaars — om er een paar te noemen — allemaal zullen ze de BSE-testen op 360 000 Belgische runderen mee betalen. En wat gebeurt er morgen als andere testen, of andere maatregelen, nodig blijken om de veiligheid van andere voedingsproducten te garanderen of om nieuwe crisissen het hoofd te bieden ? Wanneer zij alle voedingssectoren laat opdraaien voor de kosten van de testen, gaat de Regering voorbij aan de zogenaamde 'responsabilisering' van de operatoren die het dichtst betrokken zijn. Dat is nochtans één van de pijlers van de nieuwe filosofie van de Europese unie op het vlak van voedselveiligheid.

Door het akkoord tussen politici en landbouwers verdwijnt elke doorzichtigheid voor de consument en voor alle partijen in de sector. Nochtans hebben de Fedis-leden altijd de logica verdedigd van een reële kostprijs per product; de kosten worden ten laste genomen waar ze worden veroorzaakt en daarna trapsgewijs verrekend tot de verkoop aan de eindverbruiker. Al van bij het begin hebben de distributeurs zich bereid verklaard om een correcte en voor iedereen duidelijk herkenbare meerkost op rundvlees te aanvaarden, en om deze meerkost correct en loyaal door te rekenen. De distributeurs hebben de verbintenis aangegaan om het principe dat de Regering vooropstelde eind 2001 — de veehouder niet laten opdraaien voor de meerkosten — te respecteren. De oplossing waar de federale regering en de landbouwers voor kozen in hun voorakkoord, zal een omgekeerd effect hebben : aangezien de meerkost niet meer duidelijk zichtbaar is, zal de concurrentie op het niveau van de consumentenprijs ten volle kunnen spelen, en zo zal de druk weer bij de producenten komen.

De vroeger geopperde pistes brachten nog geen oplossing voor het echte probleem : de concurrentiepositie van onze exportproducten, als zij belast worden met de kosten van de BSE-testen. Volgens Fedis mag dit niet geregeld worden door de Belgische consument twee keer te laten betalen. De Regering moet haar verantwoordelijkheid opnemen. Als de Regering echt onze exportlandbouwproducten wil steunen, moet zij de juiste keuzes maken en blijk geven van verbeeldingskracht. Ze moet zich niet van het probleem afmaken door de kosten af te wentelen op andere sectoren die ook moeten vechten om competitief te blijven. Door te aanvaarden om de kosten van de testen ten laste te nemen en te verrekenen in hun verkoopprijzen op de Belgische markt, toonden de distributiebedrijven hun solidariteit met de landbouwers. De toekomst van onze landbouw en onze concurrentiepositie op de exportmarkten vormen volgens Fedis een ander debat dat andere politieke keuzes vereist.

Persbericht van 3 maart 2004

Contact : Gérard de Laminne de Bex

 
 
Events
 

 
 

 
 

Update : 4/3/2004

 

StatutenDisclaimerSitemap • Edmond Van Nieuwenhuyselaan 8 • 1160 Brussel • T 02 788 05 00 • info@comeos.be