|
4 maart 2011
Beschuldiging van kunstmatige prijscontrole is potsierlijk
Naar aanleiding van het jaarrapport van het prijzenobservatorium, wordt de handel vandaag nog maar eens met de vinger gewezen. De beschuldigingen zijn niet mals: voedselprijzen zouden kunstmatig hoog worden gehouden, bij een daling van grondstoffenprijzen zouden handelaars géén daling doorrekenen aan de kassa. Comeos, de federatie van de handel en diensten, noemt die beschuldigingen potsierlijk.
De belangrijkste conclusies van het prijzenobservatorium zijn
- Dat de inflatie in België sneller stijgt dan in buurlanden, en dat de indexen van voedingsprijzen onder de inflatie blijven
- Dat de huismerken van handelaars, in tegenstelling tot A-merken, wel evoluties van grondstofprijzen volgen.
- Dat de energiekosten het cruciale element zijn in de algemene prijsstijgingen.
“Die conclusies lopen gelijk met wat wij vorige week in onze conjunctuurenquête voorstelden”, zegt Dominique Michel, Gedelegeerd bestuurder van Comeos. (Klik hier voor de enquête). “Sinds vorig jaar stijgt de omzet van handelaars, maar daalt de rendabiliteit. Net omdat vrijwel alle kosten stijgen. En veel van die prijsstijgingen zijn definitief, in tegenstelling tot wat vandaag in sommige kranten wordt beweerd. Een keer de loonkost is gestegen, daalt die niet meer. Energieprijzen zakken niet naar het oude niveau. En leveranciers ‘vergeten’ ook vaak de daling van grondstofprijzen door te rekenen aan de handelaar.”
Uit onderstaand voorbeeld blijkt hoe de gemiddelde prijs van een voedingsmiddel is samengesteld.
 Het grootste deel van de kost wordt bepaald door de leverancier. “Het prijzenobservatorium bevestigt dat er een groot verschil is tussen A-merken en de huismerken. Bij huismerken, waar handelaars meer controle hebben over aankoop van grondstoffen, productie- en transportkosten, worden kostendalingen sneller merkbaar in de prijs aan de kassa”, zegt Dominique Michel. ”Voor de leveranciers van A-merken stellen we vast dat dat niet gebeurt. Daar wordt een prijsstijging van grondstoffen blijkbaar integraal aan de handelaar doorgerekend, en zakken de prijzen later niet of nauwelijks.”
Loonkosten dalen niet
Een tweede zware element in de prijsstructuur is de loonkost. “En die daalt nooit”, legt Dominique Michel uit. “Door de inflatie worden sommige lonen binnenkort weer geïndexeerd – en wordt de loonkost voor de handelaar (als werkgever) weer zoveel zwaarder. Dat is weer een aanslag op de netto-marge van de handelaar.”
Uit onderstaande tabel blijkt hoe de loonkost in een paritair comité sinds 2009 steeg:

Naast de aankoopprijs en de loonkost zijn er nog een aantal variabelen, die momenteel de rendabiliteit in de handel onder druk zetten, zoals de hogere energiekosten of de transportkosten – die volgens de transportfederaties ook integraal aan de handelaar zullen worden verrekend. “De combinatie van al die prijsstijgingen kan onmogelijk worden opgevangen met een winstmarge van twee tot vier procent”, besluit Dominique Michel.”Het is dus logisch dat bepaalde producten duurder zullen worden. En aangezien veel elementen niet in prijs zullen dalen, zal dat ook niet meteen aan de kassa kunnen gebeuren.”
De Belgische handel kijkt het plan van de bevoegde minister Vincent Van Quickenborne, om een sectoronderzoek naar voedselprijzen te voeren, vol vertrouwen tegemoet. “Een vergelijking met Nederland zou bijvoorbeeld duidelijk kunnen maken dat de energie, de loonkost en de transportkost daar voor lagere consumentenprijzen zorgt”, zegt Dominique Michel. “
“Het prijzenobservatorium bevestigt onze conjunctuurenquête: de elementen die de handelaar zelf onder controle heeft, zorgen voor een prijsdaling”, besluit Dominique Michel. “Alle externe factoren, zoals loonkost, energieskost, transportkost,… blijven hoog en bedreigen de rendabiliteit van de winkels. En dat bewijzen we met de huismerken – hoe meer elementen de handelaar onder controle heeft, hoe gezonder de prijsbepaling.”
Contact : Peter Vandenberghe
|