|
Brussel, 24 maart 2009
De Europese commissie en de Europese centrale bank maakten vandaag bekend dat ze, na afloop van een overgangsperiode van drie jaar, geen bestaansreden meer zien voor interchange fees voor domiciliëringen. Fedis juicht deze verklaring toe.
Fedis ziet hiermee immers haar visie bevestigd dat een veralgemeende interchange fee voor domiciliëringen, in tegenstelling tot wat de bankwereld beweert, niet noodzakelijk is voor een efficiënt betaalverkeer. Deze interchange fee is de vergoeding die banken elkaar onderling toekennen voor het beheer van domiciliëringsmandaten en de afwikkeling ervan.
Met de verklaring van de Commissie en de ECB is een belangrijk obstakel weggewerkt om, zoals voorzien, op 1 november 2009 met Europese domiciliëringen te kunnen starten. Zowel in business-to-business als in business-to-consumer context is dit een belangrijk betaalinstrument.
Fedis roept de bankwereld overigens op het nodige te doen opdat bedrijven naadloos van het huidige nationale systeem van domiciliëringen zouden kunnen overstappen op de Europese variant.
Indien de financiële wereld tussen 1 november 2009 en 31 oktober 2012 toch interchange fees wil toepassen, moeten deze volgens Fedis in ieder geval op een transparante en kostengerelateerde manier vastgelegd worden. Fedis riep reeds eerder de Europese en Belgische mededingingsautoriteiten op hierover te waken.
Deze beslissing is, volgens Dominique Michel, gedelegeerd bestuurder van Fedis, uiterst belangrijk omdat ze het bestaan van de interchange fee ook voor andere betaalinstrumenten, zoals de debetkaart, fundamenteel in vraag stelt.
Contact : Peter Vandenberghe
|