| |
De leden van Fedis houden woord !
De BSE-testen op runderen kosten jaarlijks zowat 30 miljoen euro. De financiering van deze testen blijft een punt van discussie. Een ontwerp van KB dat de ministerraad goedkeurde op 19 december 2003 zette kwaad bloed bij de veehouders, de slachthuizen en de vleesverwerkende nijverheid. Fedis is iets genuanceerder in haar reactie : zij verzekert haar partners binnen de sector dat zij haar verbintenissen nakomt.
De veehouders kwamen vorige week op straat om te protesteren tegen de plannen van de Regering voor de financiering van de opsporing van BSE. De testen gebeuren op alle runderen ouder dan 30 maanden en zijn opgelegd door de Europese unie. In 2001 werden ze nog betaald door de Belgische overheid. Sinds januari 2002 worden de testen voorgefinancierd door het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB). De factuur voor 2003 bedraagt 30 miljoen euro.
De Belgische distributiefederatie Fedis, vertegenwoordiger van groot- en detailhandel in voeding en niet-voeding, verdedigt al twee jaar hetzelfde standpunt als de andere partijen binnen de vleessector : de overheid moet de BSE-testen financieren !
De distributie kan het ontwerp van KB van de Minister van Volksgezondheid bijtreden waar het de inning van de eventuele BSE-vergoeding betreft. De Minister vertrekt namelijk van het principe dat de inning bij de slachthuizen gebeurt en de vergoeding stapsgewijs doorgerekend wordt tot bij de eindverbruiker. Dat is het minst slechte alternatief voor de distributie, maar alleen in het geval dat de Regering zou weigeren om de BSE-testen verder te financieren.
In zo'n inningsysteem worden de kosten ten laste genomen waar ze veroorzaakt worden. Dit is eenvoudig en gemakkelijk te controleren. Een aparte vermelding op de factuur aan de aankoper van het vlees, zorgt voor de doorzichtigheid van het hele systeem.
Fedis suggereerde toen om de principes van dit systeem in een interprofessioneel akkoord te gieten, mocht de overheid de kosten niet wil dragen. Dat akkoord is er jammer genoeg nooit gekomen, omdat de producenten vreesden dat de kosten niet doorgerekend zouden worden aan de consument, maar aan de eigenaar van de runderen.
De Regering wil vooral geen bijkomende lasten opleggen aan de veehouders. Om hieraan tegemoet te komen hebben de leden van Fedis destijds beloofd het spel eerlijk te spelen en correct door te rekenen naar de consument. Dat is intussen niet veranderd; de distributeurs willen nog altijd hun engagement nakomen.
Net als de andere betrokkenen in de sector, vindt de distributie dat een grotere vrijheid de kosten naar beneden moet halen : het aanbod aan labo's moet geliberaliseerd worden, het slachthuis moet het labo vrij kunnen kiezen, de prijzen van de opsporingstests moeten volgens de marktregels bepaald worden, enzovoort.
Net als bij de andere partners in de sector vindt één aspect van het ontwerp van de Regering, de zogenaamde 'solidarisering' of 'mutualisering' van de kosten, geen genade in de ogen van Fedis.
Voor runderen ouder dan 30 maanden, verplicht onderworpen aan de BSE-testen, zal een retributie geïnd worden ten laste van het slachthuis. Voor alle andere diersoorten (paarden, varkens, pluimvee, konijnen, wild) en jonge runderen zal eveneens een gezondheidsbijdrage — lees solidariteitsbijdrage — worden geheven en doorgerekend naar de consument.
In 2002, toen de Regering— in een ruimere context dan BSE — uitpakte met het idee van een gezondheidsbijdrage, protesteerde Fedis al tegen deze nieuwe belasting op het verbruik. De verbruiker van kippenvlees of schapenvlees, die binnenkort meebetaalt voor de financiering van de BSE-testen, zal een verdoken belasting moeten betalen.
Contact : Gérard de Laminne de Bex
|
|
|