|
 Peter Mandelson, Europees Commissaris voor handel, zegt over duidelijke bewijzen te beschikken dat lederen schoenen uit China en Vietnam onder de kostprijs gedumpt worden op de Europese markt. Na goedkeuring door de Commissie en een meerderheid van de EU-lidstaten zouden daarom antidumpingheffingen vanaf begin april van kracht worden. Fedis wil meer overtuigende bewijzen dat er aan dumping gedaan wordt. De sector heeft in elk geval meer tijd nodig om zich aan te passen aan eventuele antidumpingmaatregelen. Anders dreigt de consument de dupe te worden.
De vermeende dumpingverkoop van Chinese en Vietnamese schoenen wordt gestaafd met Brazilië als referentieland. De Chinese en Vietnamese verkoopprijzen voor schoenen worden vergeleken met de Braziliaanse productieprijs. In Brazilië ligt de productieprijs hoger dan de Chinese verkoopprijs, aldus Europa, dus verkopen de Chinezen en Vietnamezen onder de kostprijs. Dat is dumping, besluit Europa. Voor Fedis gaat Europa met deze redenering voorbij aan het feit dat de productiekosten in Brazilië in het algemeen veel hoger zijn dan in Azië. De vergelijkingsbasis is dus niet significant en de dumpingpraktijken bijgevolg niet bewezen.
Maar zelfs als bij vergelijking met een ander referentieland dumping zou vastgesteld worden, heeft Fedis een aantal fundamentele bezwaren tegen antidumpingheffingen vanaf begin april. Dat is veel te snel voor de distributeurs om zich te kunnen aanpassen.
Distributeurs hebben langlopende handelsrelaties met Chinese en Vietnamese schoenenproducten. Zij maken hun bestellingen bijna een jaar op voorhand op. Bovendien vergt de schoenenproductie een sterk gesofisticeerd productieproces, waardoor de distributeur niet zomaar van de ene dag op de andere van producent en van productieland kan veranderen.
De 20% antidumpingheffingen die voorgesteld zijn door Peter Mandelson, zullen dus een onmiddellijk effect hebben op de invoerprijzen. Gezien de grote concurrentie in de sector, zullen distributeurs deze extra heffingen grotendeels moeten doorrekenen in de verkoopprijs, wat de inflatie kan verhogen. De Europese consument zal hier de eerste dupe van zijn.
Europa produceert jaarlijks 600 miljoen schoenen. Daarmee voorziet het in 1/3 van de eigen behoefte. Invoer is dus noodzakelijk. China en Vietnam verkopen jaarlijks meer dan 1 miljard paar schoenen aan Europa. Als er antidumpingmaatregelen worden genomen, zullen de invoerkosten met 20% verhogen. Distributeurs en invoerders zullen het heel moeilijk hebben om alternatieven te vinden. Voor kleinere ondernemingen kan deze situatie zelfs fataal worden, met jobverliezen tot gevolg.
Om sterke prijsverhogingen te voorkomen, vraagt Fedis dat er rekening gehouden wordt met de werkelijkheid van internationale handelsrelaties. Een periode van 7 maanden, wat overeenstemt met de gemiddelde besteltermijn, is minimaal nodig om lopende handelscontracten fatsoenlijk te kunnen afsluiten.
Antidumpingmaatregelen worden echter onmiddellijk van kracht wanneer een meerderheid van de lidstaten daarvoor stemt. Fedis is zoals eerder gesteld niet overtuigd van het bewijs van dumpingpraktijken. Fedis vraagt dat -als dumping alsnog bewezen wordt- de Belgische overheid rekening houdt met de mogelijke gevolgen voor de distributeurs en de consumenten. Problemen zoals bij het invoeren van quota op Chinees textiel moeten zeker vermeden worden.
|
Baudouin Velge Gedelegeerd bestuurder
Contact: Paskal Deboosere Communicatieverantwoordelijke Tel. : 02 537 30 60 |
 |
 |
|