|
 Minister Verwilghen laat vandaag weten dat hij retro-actief geďnde billijke vergoedingen van handelaars en vrije beroepen wil compenseren in de vorm van verminderingen op de komende billijke vergoedingen. Fedis is tevreden met dit voornemen. Billijke vergoedingen zijn bijdragen die handelaars en uitvoerders van vrije beroepen betalen als ze in hun handelszaken en wachtkamers muziek afspelen.
Als gevolg van de omzetting van een Europese richtlijn terzake, werd via Koninklijk Besluit de billijke vergoeding niet alleen ingevoerd in ons land, ze werd ook retro-actief geďnd. De Koninklijke besluiten dateren van 1999, de billijke vergoeding werd berekend én betaald vanaf 1996. De Raad van State verklaarde in een arrest van 31 januari 2005 dit retroactieve karakter nietig. Minister Verwilghen wil nu dus een compensatieregeling voor de betaalde vergoedingen.
Billijke vergoedingen zijn ook gekend onder de term nevenrechten. Ze zorgen er voor dat artiesten een vergoeding krijgen wanneer hun composities worden gebruikt als achtergrondmuziek in bijvoorbeeld wachtkamers of in handelszaken. Net zoals een aantal andere belangenorganisaties is Fedis niet gekant tegen het principe van de nevenrechten, maar wel tegen de manier waarop de Europese richtlijn terzake geďmplementeerd werd in de Belgische wet. Met name het retro-actieve karakter van de inning vindt Fedis onrechtvaardig. Vandaar de tevredenheid met de beslissing van minister Verwilghen om de beheersvennootschappen de opdracht te geven een compensatieregeling uit te werken.
Fedis waarschuwt echter dat de compensatieregeling op zijn beurt niet gecompenseerd mag worden door een verhoging van de komende billijke vergoedingen. Anders is deze beslissing van minister Verwilghen in concreto een nuloperatie geweest. Fedis hoopt daarom dat de minister niet zal laten raken aan het bedrag van de billijke vergoeding. Handelaars en vrije beroepen hebben immers recht op de terugbetaling van wat ze teveel betaald hebben.
Met oprechte groeten. Baudouin Velge, gedelegeerd bestuurder
Contact : Peter Vandenberghe
|