|
Kleine winkelier ontsnapt aan administratieve rompslomp
![]()  Minister van Consumentenzaken, Freya Van den Bossche, kondigt een koninklijk besluit aan over de verplichte prijs per meeteenheid. Dat besluit zou de winkeliers met een netto-verkoopoppervlakte onder de 150 vierkante meter vrijstellen van de verplichting om de prijs per meeteenheid aan te duiden.
Fedis, de beroepsorganisatie die de kleine, middelgrote en grote distributieondernemingen vertegenwoordigt, is tevreden. Een oude Fedis-eis wordt ingewilligd. De Federatie heeft in het verleden meermaals gewezen op de zware administratieve overlast voor de KMO-distributeurs, en zeker voor de kleinste handelaars, die deze verplichting met zich meebrengt.
Distributeurs zijn sinds maart 2002 wettelijk verplicht om voor een hele resem producten, food en non-food, naast de verkoopprijs, ook de prijs per meeteenheid aan te duiden. KMO's kregen uitstel tot 1 juli 2002. Maar sinds twee jaar moeten zij ook voldoen aan de wettelijke verplichting. Een onderzoek dat de Algemene directie 'Controle en bemiddeling' uitvoerde in de herfst van 2002 toonde intussen aan dat de toepassing in de praktijk problematisch is. Fedis greep deze resultaten aan om haar verzoek voor een afwijking te herhalen. Zij werd daarin gesteund door de Raad voor het verbruik, een paritair overlegorgaan, waarin naast de vertegenwoordigers van de productie, de distributie en de middenstand, ook de vertegenwoordigers van de consumentenorganisaties zetelen. De Raad adviseerde de Minister unaniem om winkels met een netto-oppervlakte onder de 150 vierkante meter vrij te stellen van deze verplichting.
Toepassing bij KMO-distributeur niet realistisch
De verplichte prijsaanduiding per meeteenheid is het gevolg van een Europese richtlijn. Die bepaalde ook dat de Europese commissie de toepassing van deze verplichting begin 2003 zou herbekijken. Met het oog op deze Europese evaluatie, voerde de Algemene directie 'Controle en bemiddeling' in de herfst van 2002 een grootschalig onderzoek uit. Extra aandacht ging daarbij naar de praktische problemen die vooral KMO's ondervinden om de verplichte prijsaanduiding per meeteenheid toe te passen. De resultaten van dit onderzoek bevestigden de eerdere waarschuwingen van Fedis dat de toepassing van deze reglementering bij KMO-distributeurs voor heel wat problemen zou zorgen.
Weinig zinvol voor de consument
Door het afficheren van de prijs per meeteenheid wenste de Europese wetgever de consument te mogelijkheid te bieden om tot een snelle en eenvoudige prijsvergelijking te maken in de winkel. Fedis voerde onder meer aan dat in winkels met geringe verkoopoppervlakte het praktisch onhaalbaar is om voor iedere productgroep twee of meer merken aan te bieden. De vergelijkingsmogelijkheden voor de consument zijn hier sowieso beperkt of zelfs uitgesloten. Bij de keuze van de consument voor deze winkelformule primeren factoren zoals nabijheid en toegankelijkheid. Een concurrentiële prijszetting is van ondergeschikt belang.
Overmatig belastend voor kleine winkeliers
Omwille van de beperkte ruimte is het aanbrengen van een schapetiket, laat staan een overzichtelijk etiket, geen vanzelfsprekende zaak. In kleinere winkelpunten heeft een product vaak, uit noodzaak, geen duidelijke afgebakende vaste plaats in het schap. Bijkomende inspanningen en investeringen zouden zich opgedrongen hebben, wat de overlevingskansen van dit winkeltype nog verder onder druk gezet zou hebben.
Fedis is verheugd dat de Minister oor heeft gehad voor deze argumenten en de kleine handelszaken nu vrijstelt van de verplichte prijsaanduiding per meeteenheid.
Contactpersoon :
Nathalie Pint 02/537 30 60 0497/476 537
|